Wet en regelgeving

Motie

Een motie van de Kamerleden Mohandis en Lucas (2013) betreffende een centrale ouderorganisatie.

Download de motie.

Ook de tekst van de Leerplichtwet bevat de nodige zinnige informatie. Kinderen en jongeren die thuiszitten krijgen in sommige gemeentes nog heel makkelijk een vrijstelling onder artikel 5A van de Leerplichtwet. Wat velen niet weten, is dat een vrijstelling onder Artikel 5A,  in de praktijk inhoudt dat er ook geen recht meer is op onderwijs. Scholen hoeven kinderen of jongeren niet in te schrijven als zij vrijgesteld zijn van de leerplicht onder Artikel 5A!

Download de belangrijkste punten van de Leerplichtwet

 

 

 

Onderwijsfonds
Vrijdag 25 september, voorafgaand aan de manifestatie ThuiszittersTellen op 1 oktober 2015, hebben Frank Hoogeboom en Katinka Slump, leden van de Raad van Advies van de Coöperatie Ouderkracht voor ’t kind, namens de werkgroep ThuiszittersTellen een voorstel gedaan aan het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) voor een Onderwijsfonds voor thuiszitters. Helaas was de staatssecretaris Sander Dekker niet bereid om een fonds in overweging te nemen. 
De ouders van thuiszitterstellen zijn de SP en met name Tjitske Siderius intens dankbaar dat zij het initiatief heeft genomen om via een motie in de Tweede Kamer de staatssecretaris te bewegen om financiële middelen vrij te maken zodat ouders kunnen voorzien in het onderwijs van deze groep thuiszitters ook als scholen deze kinderen weigeren. 
Ten onrechte doet de staatssecretaris tijdens het debat over de onderwijsbegroting 2016 (28/29 oktober 2015) voorkomen dat het hierbij gaat om kinderen van ouders die ervoor kiezen om hun kind niet op een school in te schrijven. Het gaat om ouders die nu en in het verleden alles hebben gedaan wat in hun mogelijkheden lag om hun kind een school te laten bezoeken maar in het systeem zijn vastgelopen. 
Hoewel de staatssecretaris heeft kennis genomen van het voorstel van de ouders en de procedure voor toegang tot het onderwijsfonds inhoudt dat ouders moeten aantonen dat de scholen inschrijving weigeren of de leerling zonder instemming van de ouders hebben uitgeschreven, blijft de staatssecretaris dit onjuiste feit uitdragen. 
Om die reden hebben de ouders van thuiszitterstellen besloten om dit voorstel voor een Onderwijsfonds integraal via het internet te publiceren zodat ieder hiervan kennis kan nemen. Hieronder kunt u het voorstel zoals deze naar OCW is verstuurd lezen.
 
 
 
Convenant Onderwijsfonds voor thuiszitters
Voorstel namens ouders van thuiszitters 
 
Voorstel tot het instellen van een Onderwijsfonds voor thuiszitters
 
De onderwijsbudgetten voor thuiszitters worden begroot op een bedrag van € 6.000,- per thuiszitter. Dit bedrag wordt vanuit het ministerie van OCW beschikbaar gesteld ten behoeve van een Onderwijsfonds voor niet ingeschreven leerplichtige leerlingen. De doelstelling blijft om thuiszitters op scholen in te schrijven. Het fonds wordt in beginsel dan ook ingesteld voor een periode van 5 jaar, van 2015 tot 2020. Door afname van het aantal niet ingeschreven leerlingen, te meten op de teldatum op 1 oktober, zullen ook de financiele middelen in het Onderwijsfonds navenant afnemen.
 
De doelstelling van het Onderwijsfonds is om te voorzien in de financiele middelen ten behoeve van het onderwijs aan leerlingen die niet op een school staan ingeschreven omdat scholen de inschrijving weigeren.
 
Een Centrale Indicatiecommissie Maatwerk (CIM) krijgt de opdracht om de toegang tot het Onderwijsfonds te bewaken en de expertise over de mogelijkheden voor maatwerk in onderwijs te bundelen. 
Ten behoeve daarvan treft het CIM een in ieder geval een regeling voor het volgende:
•Informatievoorziening over de mogelijkheden voor maatwerk ten behoeve van het onderwijsveld waaronder ook begrepen de ouders;
•Procedure voor de aanvraag van een onderwijsbudget uit het Onderwijsfonds;
•Inspraak en ondersteuning van ouders van thuiszitters;
•Onafhankelijk toezicht op de kwaliteit van de maatwerktrajecten.
 
Voorstel voor een procedure: 
 
1.Ouders dienen een aanvraag in bij de Centrale Indicatiecommissie Maatwerk (CIM) onder overlegging van één recent weigeringsbesluit voor een verzoek om inschrijving/toelating van de leerling tot een school. 
 
2.Het CIM verwijst de ouders naar een onderwijsconsulent of een andere regiofunctionaris (zie voorstel Kinderombudsman) voor het opstellen van een ontwikkelingsperspectief en handelingsdeel.
 
3.Het handelingsdeel sluit aan op de het niveau van de cognitieve mogelijkheden van de leerling en biedt de ondersteuning die de leerling nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen. Het onderwijs kan (deeltijd) op een (particuliere) school maar ook op een andere locatie dan een school worden vormgegeven. Er kan sprake zijn van een onderwijsaanbod van een reguliere school, maar ook van inkoop van onderwijs bij een particuliere onderwijsaanbieder.
 
4.Na goedkeuring van het ontwikkelingsperspectief en handelingsdeel door het CIM wordt door de ouders een aanvraag ingediend bij de Commissie voor toelaatbaarheidsverklaringen van het SWV van de woonplaats van de leerling. De aanvraag vermeldt de onderwijsvoorziening waarom wordt verzocht conform het ontwikkelingsperspectief/handelingsdeel van de leerling.
 
5.Het SWV maakt ten behoeve van de leerling een dossier aan. Het SWV en zorgt voor een adequate verslaglegging van de procedures binnen het SWV en van het onderwijs van de leerling tot het moment dat een school waar de leerling wordt ingeschreven deze taak overneemt.
 
6.De Commissie van Toelaatbaarheidsverklaringen heeft tot taak om te toetsen of aan de formele eisen voor een onderwijsbudget uit het Onderwijsfonds is voldaan. Nadat de aanvraag is goedgekeurd kan het SWV een aanvraag indienen bij het Onderwijsfonds ter hoogte van de basisbekostiging van de leerling. Indien de basisbekostiging niet toereikend is draagt het SWV bij aan de kosten voor het onderwijs en de extra ondersteuning vanuit de algemene middelen voor passend onderwijs. De vergoeding vanuit het Onderwijsfonds aan het SWV is geoormerkt en kan alleen worden ingezet ten behoeve van de leerling waarvoor het budget is aangevraagd. De vergoeding wordt uitgekeerd gedurende de looptijd van het onderwijstraject. 
 
7.In geval leerlingen een extra ondersteuningsbehoefte of (medische)zorgbehoefte hebben waarvoor financiering elders kan worden aangevraagd wordt daarvoor in het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief een regeling getroffen (ontschotting onderwijs en zorg). 
 
8.Zodra ouders van thuiszitters zich hebben gemeld bij de CIM is er geen sprake meer van verzuim in de zin van de Leerplichtwet. Immers is er dan sprake van noodzakelijke voorbereidingen om te komen tot een passend onderwijsprogramma. Dit betekent dat lopende procedures bij de afdeling Leerplicht en bij het AMHK/Jeugdzorg, voor zover deze betrekking hebben op de zorg over het gebrek aan onderwijs, worden geschorst. Indien nodig kunnen Leerplicht en Jeugdzorg, met instemming van de ouders, worden ingezet voor zover die dienstig kan zijn aan het onderwijsproces, de ontschotting onderwijs/zorg en re-integratie naar school.
 
9.Het SWV zorgt voor implementatie van de lopende maatwerktrajecten binnen het SWV zodat de leerling uiteindelijk op één van de scholen van het SWV kan worden ingeschreven. Daarbij kan het maatwerk indien dit nodig is voor het ononderbroken ontwikkelingsproces van de leerling worden voortgezet, niet meer onder de verantwoordelijkheid van het SWV maar van de school van inschrijving. 
 
10.Bij alle maatwerktrajecten, al dan niet onder verantwoordelijkheid van het CIM, een SWV of een school, is er sprake van bijzonder toezicht op de kwaliteit. Er wordt voorzien in een onafhankelijke toezichthouder. (b.v. door inzet van de Stichting Keurmerk Thuisonderwijs (SKT), zie www.stichtingkeurmerkthuisonderwijs.nl)
 
11.De ouders stemmen in met het gebruik van de geanonimiseerde opbrengsten van de maatwerktrajecten voor evaluatie en onderzoek conform wetenschappelijke maatstaven ten behoeve van de ontwikkeling van de kwaliteit van het onderwijs en de onderwijs wet- en regelgeving.
 
Toelichting op het voorstel tot het instellen van een Onderwijsfonds voor thuiszitters:
 
Op 1 oktober a.s. zullen er wederom niet alle leerbare leerplichtige leerlingen op een van overheidswege bekostigde school staan ingeschreven. Scholen weigeren nog steeds de inschrijving van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. Dit ondanks de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) en de Wet passend onderwijs, waarmee de zorgplicht voor het onderwijs aan deze kinderen als bekostigingsvoorwaarde voor de scholen, in de sectorwetten is opgenomen. 
 
Scholen blijken niet te kunnen of te willen voorzien in (passend) onderwijs voor ieder kind. Ondanks een verzoek van ouders om onderwijs worden de kinderen aan de schoolpoort geweigerd. De keus voor schoolonderwijs, vastgelegd in de Leerplichtwet 1969, kent enkel de vrijheid van ouders om te kiezen voor thuisonderwijs op grond van richtingsbezwaren. De schoolplicht vergroot de druk op scholen omdat moet worden voorzien in een dekkend onderwijsaanbod zodat op school onderwijs kan worden geboden aan ieder kind. Immers alleen als er sprake is van een dekkend onderwijsaanbod op scholen kan een “schoolplicht” vanuit de overheid worden gelegitimeerd en kunnen ouders bij overtreding van die schoolplicht strafrechtelijk worden vervolgd. Alleen met een dekkend onderwijsaanbod op school kan Nederland voldoen aan haar verplichtingen zoals die voortvloeien uit het recht op onderwijs voor ieder kind en de vrijheid van schoolkeuze van ouders, zoals deze voortvloeien uit de internationale verdragen.
 
De invoering en uitvoering van de Wet passend onderwijs leert dat de Nederlandse overheid niet in staat is om haar verplichtingen op grond van het Kinderrechtenverdrag en het EVRM naar behoren na te leven. Dit is reden voor maatregelen nu de Wet passend onderwijs onvoldoende effectief blijkt.
 
Voor het gebrek aan effectiviteit van de huidige wetgeving zijn verschillende knelpunten aan te wijzen die niet op korte termijn kunnen worden opgelost. Aangenomen wordt dat in het onderwijs sprake is van een zorgplicht voor een goede kwaliteit van onderwijs, hetgeen ook betekent een goede kwaliteit van begeleiding en ondersteuning.  Niet duidelijk is echter wat er onder zorgplicht in het onderwijs precies moet worden begrepen. De oorzaak daarvan is dat de wetgever heeft nagelaten om de zorgplicht van de onderwijsaanbieder in de wet nader te definiëren.  
 
Het is zeer verheugend dat het Ministerie van OCW zich zeer coöperatief heeft opgesteld bij het oplossen van knelpunten in wet- en regelgeving aan de aanbodkant van het onderwijs, onder meer door het inzetten van maatwerktrajecten en uiteindelijk de openbaarmaking van de handelingsplannen, de zogenaamde ‘Miep Ziek’ contracten. Vanuit deze contracten kan worden afgeleid hoe ver de zorgplicht van scholen volgens het ministerie en de inspectie reikt. Dankzij deze voorbeeldcontracten komt er meer duidelijkheid over de mogelijkheden voor scholen om van een externe onderwijsaanbieder (afstands)onderwijs in te kopen of met andere partners begeleiding van de leerling vorm te geven, als dit noodzakelijk is voor een ononderbroken ontwikkelingsproces van de leerling. 
 
Voor zover er al kwaliteitsnormen zijn ontwikkeld in de regelgeving, bestaan deze enkel in de relatie van de overheid tegenover de schoolbesturen. Daarbij gaat het veelal om de normen in het kader van het toezichtkader van de inspectie ten behoeve van de onderwijsbekostiging. Derden, leerlingen en studenten en ouders, kunnen aan deze normen in beginsel geen rechten ontlenen. Zolang in onze wetgeving de rechtspositie van de onderwijsvrager niet is geregeld, bijvoorbeeld door een (wettelijke) onderwijsovereenkomst, is goed onderwijs voor leerling/ouders en studenten nagenoeg niet rechtens afdwingbaar. 
 
In de jurisprudentie vervult de onderwijsovereenkomst alleen een rol, naast de onrechtmatige daad, als rechtsgrond voor een vordering tot schadevergoeding. Niet ondenkbaar is dat de zorgplicht in het onderwijs zich dan ook in de jurisprudentie verder zal ontwikkelen in het kader van een toename van schadeclaims wegens gebrekkig onderwijs. De rechterlijke macht zal daarbij hinder ondervinden van de vrijheid van schoolbesturen, op grond van artikel 23 Grondwet, omdat dit artikel aan een inhoudelijke toetsing van het onderwijs in de weg staat. Het is dan ook zeer de vraag of de ontwikkeling van de zorgplicht door de rechtspraak wenselijk is. Dit temeer omdat het op grond van artikel 23 Grondwet aan de wetgever is om in te grijpen in de vrijheid van onderwijs, immers is dan het democratisch proces zoveel mogelijk gewaarborgd.
 
Het is dan ook de minister die de naleving van de sectorwetten, waaronder passend onderwijs, zal moeten afdwingen door middel van bekostigingssancties. De praktijk leert dat van bekostigingssancties hoogst zelden sprake is. Dit betekent dat de “pakkans” voor schoolbesturen bij het niet naleven van de bekostigingssancties, zoals het weigeren en uitsluiten van leerlingen, zeer gering is. Dit verklaart dat ondanks de invoering van de Wet passend onderwijs de schoolbesturen leerlingen blijven weigeren. Voor de waarborging van het recht op onderwijs van ieder kind heeft de huidige onderwijswet- en regelgeving dan ook maar weinig te bieden.
 
Een verbreding van het onderwijsaanbod zal positieve effect hebben op de ontwikkeling van passend onderwijs maar zal de toelating van ieder kind tot een school niet kunnen garanderen. Er is meer nodig om schoolbesturen te bewegen om van deze opties die er zijn voor maatwerk gebruik te maken. Dat de overheid zich dat realiseert blijkt uit de brief van de staatssecretaris d.d. 25 september jl. In de brief wijst de staatssecretaris expliciet op de signaalmogelijkheid van ouders bij de Inspectie van Onderwijs als scholen hun kind blijven weigeren. Deze signaalfunctie bestaat echter al vele jaren en daarvan is door vele ouders en hun advocaten al diverse malen gebruik gemaakt. Helaas zonder resultaat. 
 
De inspectie blijkt niet bij machte om het tij te keren en om daadwerkelijk de sectorwetten te handhaven. Schoolbesturen blijken machtiger dan de Inspectie van Onderwijs. Immers ook de inspectie wordt geconfronteerd met de vrijheid van inrichting zoals deze onderdeel is van de vrijheid van onderwijs. Net als tegenover ouders, onderwijsconsulenten en leerplichtambtenaren doen schoolbesturen ook tegenover de inspectie vaak een beroep op hun inrichtingsvrijheid om hun eigen beleidsruimte te waarborgen. 
 
Maar ook toezichthouders of andere stakeholders, zoals ouders, hebben te weinig invloed op het beleid. Met de schaalvergroting is de invloed van ouders op het bijzonder onderwijs én op het openbaar onderwijs nog maar zeer gering. Met name omdat het oprichten van een school door ouders feitelijk nagenoeg onmogelijk is geworden. Deze verzwakking van de positie van ouders was ook een gevolg van de invoering van passend onderwijs, waar de instemming van de ouders op het handelingsplan voor een leerling is vervangen door een ‘op overeenstemming gericht’ overleg. Misschien dat juist dat gebrek aan inbreng van de (ervaringsdeskundige) ouders, bij de implementatie van passend onderwijs op de scholen, ons nu parten speelt.
 
Gezien het bovenstaande lijkt de conclusie van de staatssecretaris in bovengenoemde brief aan de Tweede Kamer dan ook te positief. Er speelt meer, zeker als het gaat om de toegankelijkheid van het onderwijs op korte termijn. De visie van de staatssecretaris lijkt vooral te worden ingegeven door de gedachte dat het gebrek aan deskundigheid de schoolbesturen parten speelt bij de uitvoering van hun opdracht. De staatssecretaris gaat er daarmee aan voorbij dat er ook sprake is van onwil van scholen om kwetsbare leerlingen een kans te geven. Die onwil was destijds reden om in augustus 2009 de Wgbh/cz van toepassing te verklaren voor het funderend onderwijs. Die onwil is helaas, aantoonbaar, nog steeds aanwezig. 
 
Het gevolg is dat ook na de invoering van de Wet passend onderwijs ook  op de teldatum 1 oktober 2015 nog veel thuiszitters niet op een school staan ingeschreven. Wederom zal wegens het ontbreken van een de inschrijving van deze leerlingen het onderwijsbudget dat is bestemd voor deze groep door het Ministerie van OCW niet kunnen worden ingezet voor hun onderwijs. Daarbij gaat het jaarlijks om aanzienlijke bedragen. Uitgaande van de cijfers voor absoluut verzuim en de explosieve stijging van het aantal vrijstellingen op grond van artikel 5a Leerplichtwet, door het vrijstellen van leerbare kinderen, gaat het om naar schatting zo’n 10.000 kinderen. Daarnaast zouden ook de ouders moeten worden meegeteld die noodgedwongen kiezen voor particulier onderwijs en hoge schulden aangaan om voor hun kind in onderwijs te kunnen voorzien.
 
Als we daarbij uitgaan van kinderen die toelaatbaar zijn tot reguliere scholen dan zou het daarbij gaan om, bij een gemiddelde van de reguliere bekostiging, van € 6.000,- euro per jaar. In totaal een bedrag van € 60.000.000,- per jaar.
Als de staatssecretaris gelijk heeft en het bij thuiszitters vooral gaat om kinderen met een complexe plaatsingsproblematiek dan zijn de kosten hoger, namelijk te relateren aan de kosten voor speciaal onderwijs ad € 17.000,- per jaar. In dat geval gaat het om € 170.000.000,- per jaar.
 
Het aantal leerplichtige leerlingen dat op 1 oktober niet op een school staat ingeschreven is met redelijke zekerheid vast te stellen. Al vele jaren, zeker sinds de voorbereiding voor de Wet passend onderwijs, is er dan ook een jaarlijkse besparing door het Ministerie van OCW op het onderwijsbudget doordat ouders niet in staat zijn om deze leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte op een school in te schrijven of omdat hun kind zonder hun toestemming wordt uitgeschreven.
 
 
Katinka Slump en Frank Hoogeboom
Leden van de Raad van Advies van de Coöperatie Ouderkracht voor ’t kind
25 september 2015
 
 
Voorstellen namens Staatssecretaris Sander Dekker (OCW) aan Tweede Kamer om in het funderend onderwijs meer mogelijkheden te bieden voor onderwijs op een andere locatie dan school.
 
 

Aanmelden Nieuwsbrief

► Meld je aan voor de Nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle activiteiten!

Onderwijsfonds

De werkgroep 'Thuiszitters Tellen' heeft het ministerie van van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen (OCW) gevraagd om een Onderwijsfonds op te richten. Echter, het ministerie is niet op dit voorstel ingegaan. Ook werd een amendement van Tjitske Siderius (SP) door de Tweede Kamer verworpen.

Meer hierover kun je lezen bij het deel Wet- en Regelgeving.

Daar vind je ook de Kamerbrief over onderwijs op een andere locatie dan school.

KnopMeer

 

Wist je dat...?

Klik hier om het te weten!

 

Twitter